Hoe gaan die dingen? Op
een verloren avond zit ik in een café op het one & only Zuid in Antwerpen
als een jonge man mij benadert. 'Heb je iets?' 'Véél,' zeg ik. Ik denk aan
alles, van cholesterol tot een briljant idee voor een boek, maar hij zegt
alleen: 'Tweehonderd gram. Kristal.' 'Véél,' zeg ik weer. Hij: 'Oké.
Honderd is ook goed. Vanavond, halftwaalf.' Ik kijk op mijn horloge: 22.12
u. Na enige aarzeling van zijn kant klinken we op misschien wel het grootste
misverstand van 17 augustus 2006. De jonge man, die Pedro blijkt te heten,
is op zoek naar iets dat ik niet in stock heb: cocaïne. Een kwartier later
vindt hij zijn stuff dan toch. Tegen die tijd weet ik dat hij een Spaans
paspoort heeft, geboren is in Marrakesj en dealt Zoals ik zijn er in
Antwerpen misschien wel honderd,' zegt Pedro. En dan moet hij dringend weg:
zijn leverancier wacht. Zo gaan die dingen: het klikt tussen Pedro en mij. Stapje voor stapje en via via introduceert hij me gedurende vier maanden in alle echelons van de tweede meest winstgevende handel ter wereld, na illegale wapentrafiek: cocaïne. En wat blijkt: Coke nv wordt niet anders..-gerund dan iedere andere multinational. 'Twee
straten verderop woont een Pakistaanse jongen. Vijf jaar geleden is hij
naar België gekomen. Hij leeft van een uitkering, maar hij woont in een
groot appartement met uitzicht op de Schelde. Hij rijdt in een Audi Coupé.
Alles op naam van zijn vriendin, een fotomodel dat nog heeft meegedaan aan
de preselectis van Miss Belgian Beauty. We zijn vrienden geworden, voor
zover je in de cokebusiness vrienden kan hebben. Hij is begonnen met één
gram, toen vijf, later tien; nu zet hij twee kilo per maand om. Ik verkoop
de coke voor 30 euro per gram, hij voor 50. Als hij naar de Delhaize gaat,
hoeft hij niet op de kleintjes te letten. 'Je zou denken dat het grote aantal dealers leidt tot een concurrentieslag, maar niets is minder waar. Veel dealers kennen elkaar. Als er één wordt opgepakt, staat een andere klaar om te depanneren. Zo vlug die eerste vrijkomt, valt alles terug in het oude stramien. Territoriumtheorie. 'De dealers van 't Stad hebben allemaal één target: dealer worden van 't Zuid. Daar vinden ze de beste klanten: mensen met Ferrari's, Porsches, Bentleys. Die kopen vlot 10 gram, betalen de vraagprijs met plezier. 'De dealers zijn bijna allemaal Marokkanen. Zij zitten op de laagste trap van de piramide. Ze doen het vuile werk op straat. Sommige schoppen het tot kilodistributeur, de meeste blijven straatventers. Bij de kilodistributeurs zijn er vooral Albanezen en ex-Joegoslaven, en een paar Belgen. Zij kopen hun stuff bij de importeurs, en dat zijn - geloof het of niet - bijna allemaal Belgen. Buiten mij zijn er in het Antwerpse nog drie importeurs. Het gaat om blanke zakenlui en bedrijfsleiders die het kapitaal en de structuren hebben om het spul in te voeren zonder dat het meteen opvalt. Net als in de wapenhandel gaan legaliteit en criminaliteit perfect samen. 'Zoals in elke sector begin je onderaan de ladder. Bij mij is het gestart met een paar try-outs. Er worden voortdurend nieuwe routes uitgestippeld; die probeer je dan 'droog' uit, zonder spul. Op mijn 19de heb ik mijn eerste echte ophaling gedaan. De cocaïne zat verborgen in buizen. Met een koevoet moesten we de deur van de container forceren en die buizen eruit halen. We waren met z'n drieën; één wachtte in de auto, met zijn tweeën renden we met die buizen over de kade tot aan de".. wagen. Heel spannend. In anderhalf uur was de hele actie voorbij. We kregen elk 5.000 euro. Ik dacht dat ik rijk was, maar na een maand feesten was alles op. 'Sinds enkele jaren heb ik mijn eigen lijn (lacht). Vier, vijf keer per jaar reis ik naar Zuid-Amerika. Niet naar Colombia: veel te risky, op alle vlakken. Er zijn goede alternatieven, bijvoorbeeld Ecuador, Venezuela, Bolivia. Waar ik het spul koop? No comment, my friend. Ik heb heel goede connecties, zeker weten. Drie weken geleden hebben mijn mensen een cocaboer gevonden die dringend geld nodig had, en die verkocht voor 500 euro per kilo. Ik kon het niet geloven! Ik zei tegen mijn contact: ze hebben er zeker een halve container tl-lampen in gemixt. Maar ik mocht proeven: pure kristal! Ik zeg tegen mijn kompaan: 'Betaal 'm het dubbele: Die man was dolgelukkig. Helaas had hij maar vijftig kilo. Het was een superdeal. 'Voor alle duidelijkheid: dat een kilo mij duizend euro kost, wil niet zeggen dat de rest pure winst is. Per kilo heb ik nog ongeveer 10.000 euro kosten. Om mijn reputatie hoog te houden moet ik in de duurste hotels de grootste suite nemen. Ik moet mijn mensen ginder inviteren in de duurste restaurants en nightclubs; elke deal wordt afgesloten met een bordeelbezoek. Er is uiteraard de prijs van het transport. 'Maar het duurste is mensen omkopen, ginder en hier. Je maakt geen schijn van kans als je geen contact hebt in de haven, bij voorkeur de man die verantwoordelijk is voor het laden en lossen. Twee jaar geleden heb ik zo een ton ingevoerd. Mijn contactpersoon stond voor zijn pensioen, hij had geen zin in een armoedig bestaan, hij sprak van 'alles of niets'. In ruil voor de helft van de winst heb ik duizend kilo laten komen. 'Cocaïnebusiness is een zaak van vertrouwen. De helft van de aankoop is op krediet. Als de lading onderschept wordt, verlies je je investering; dan hoef je niet te betalen voor de rest. Dat wordt wél gecontroleerd door mensen van ginder. Toen ik die ton invoerde, was er iemand van ginder bij mij thuis. Ik heb een vrouw en twee kinderen. Begrijp je? 'Eén lading heb ik verloren. De douane had bij het scannen van de container het spul gevonden en de politie gewaarschuwd. Die heeft vijf van mijn mensen gepakt, ééntje is kunnen ontsnappen. Ze kregen tussen twee en vijf jaar cel. Twee van hen zijn nu al vrij. De gevangenis is uiteraard niet gezellig, maar wij zorgen goed voor hen en hun familie. We betalen de huur voor hun vrouw of gezin. Geldzorgen hebben ze niet. Zijn ze vrij, dan krijgen ze een gouden handdruk. Eén voorwaarde: mond dicht, geen woord! 'In de haven van Antwerpen komen dagelijks tienduizend containers binnen, waarvan tweeduizend uit Zuid-Amerika. Onmogelijk om die allemaal te controleren. De douane heeft voorlopig ook maar één scanmachine, waarmee honderd containers gecheckt worden. Een lachertje. Er zijn natuurlijk drugshonden, maar die krijgen ook niet alles besnuffeld. Als er een lading onderschept wordt, is dat puur geluk. 'Soms zijn de Belgische douane en politie getipt door de DEA, de Amerikaanse drugsopsporingsdienst. De DEA probeert te infiltreren in de cocaïnebusiness in ZuidAmerika. Onlangs is er een nieuw systeem bedacht: een beloning van 500 dollar per kilo voor de tipgever. De cocaïnebazen zijn daar erg blij mee. Ze sturen zelf hun mannetjes naar de DEA, verkopen hun slechte cocaïne; de rest blijft business as usual. 'Sinds 9/11 is de import veel moeilijker geworden. Met Amerikaans geld is de containerhaven van Antwerpen afgesloten met hekken en uitgerust met de modernste alarmsystemen. Daarom kiezen de importeurs nu vooral voor kleinere ladingen: vijftig, honderd, maximum tweehonderd kilo. Vaak wordt er gewerkt met matrozen: als je een paar pionnetjes hebt bij de bemanning, lukt het wel. En tien maal honderd kilo is ook een ton - de pakkans is kleiner, het verlies beperkter. 'In Zuid-Amerika wordt de cocaïne behandeld: met aceton of met petroleum. Petroleum maakt de cocaïne gelig, het heeft een geurtje. Met aceton krijg je hagelwit spul dat blinkt als diamant: kristal. Er is weinig kristal op de markt. Als ik vijftig kilo op de kop kan tikken, ben ik de koning te rijk. 'Coke is een pasta, en die pasta wordt laag per laag gegoten tot blokken van, meestal, één kilo. Voor het poeder wordt, moet de coke behandeld worden: meestal wordt het geplet met een keukenrol. Dan wordt het 'gemixt', versneden. Het liefst versnijden ze met druiven- of Iactosesuiker: dat is niet schadelijk, en het geeft geen smaak of geur. Maar je kan er alle witte poedertjes insteken, de klant ziet het toch niet. Bij I kilo coke wordt I kilo van een ander wit poeder toegevoegd, en die mix wordt dan opnieuw geperst tot een homogeen blok. Dat kan met een auto krik, bij voorkeur van een vrachtwagen. Het blok gaat dan een tijdje de koelkast in. Het lijkt wel koken met coke (lacht). 'Ik werk zelden direct met dealers, meestal met groothandelaars. Ik heb er twee, drie vaste. Die kopen per kilo. Ik maak twee keer winst: op de invoer en op het mixen. Mijn winst draait tussen de twintig- en dertigduizend euro per kilo. 'Mijn omzet is ongeveer 50 kilo per maand. Dat is héél veel geld. Toch zal ik nooit zo superrijk worden als de cokebazen die actief waren tussen 1990 en 2000. Die resideren nu in Marbella, op de Cariben, in Monte Cario. Met één ton was je toen binnen voor het leven. Ik kan nog niet gaan rentenieren: ik moet nog even bezig blijven.’ 'De groep in Zuid-Amerika zorgt ervoor dat de cocaïne op de boot raakt, maar zodra het schip hier aankomt, is het de verantwoordelijkheid van onze organisatie. Via onze contactpersoon in de haven weten we wanneer onze container gelost wordt. De kleur en het nummer krijgen we door vanuit Zuid-Amerika. Het is zaak om de cocaïne snel op te halen. Meestal gebeurt dat nog dezelfde nacht. Je hebt ook niet veel tijd nodig, in minder dan twee uur is het geflikt.’ 'Cocaïnebusiness is teamwork, alléén kan je niets beginnen. De lading is meestal minimum tweehonderd kilo. Je moet op z'n minst met z'n vieren zijn om dat te kunnen dragen, en liefst met zes. De lading moet van de container naar de auto, die bijna altijd buiten het terrein staat. Soms is dat een kilometer lopen. Je hebt een goede conditie nodig om dat snel te kunnen. Je moet ook iemand hebben die op de uitkijk staat, iemand die rijdt... Cocaïne invoeren valt of staat met de voorbereiding. 'De ideale contactpersoon in de haven is de markeur: die bepaalt waar de machinisten van de 'olifanten' (grote rijdende hijskranen die één container optillen, red.) de containers plaatsen. De locatie van je container is fuckin 'belangrijk. Hij mag nooit in een rij staan, want dan krijg je de deuren niet open. Bij voorkeur staat hij op de kade. Eén keer stond 'onze' containervier hoog. Paniek! Gelukkig vonden we een ladder, en één van ons was zo lenig als een aap: hij klom naar boven en gooide het spul naar beneden. Met twee man zakken van 25 kilo opvangen. Ik weet nu hoe een brandweerman zich voelt bij een rescue operatie {lacht}. 'De container mag ook niet pal onder een lantaarnpaal staan, want daar hangen meestal de bewakingscamera's aan. Hij staat bij voorkeur niet al te ver van de uitgang. Drie maanden geleden stond de onze aan het uiterste einde van de loskade, toen hebben we de draad van de omheining moeten doorknippen. Dat kost tijd, en tijd is risico. Da's een gouden regel in het cocaïnetransport: hoe sneller hoe liever. En elke levering is een ander verhaal. We zijn al eens moeten teruggaan met een snijbrander omdat we met een gewone krik de deur niet konden openbreken. 'De cocaïnebusiness is als een piramide: zonder goede basis stort de hele constructie in. En hoe minder de verschillende niveaus van elkaar weten, hoe beter. Ik moest de lading afhalen en vervoeren; that's it. 'Het commando is in handen van een medewerker van de importeur. Meestal gaat hij in de middag vóór de actie al op prospectie. Vlak voor we de lading gaan halen, geeft hij het team een korte briefing: wie doet wat waar. Mobiele telefoons zijn volstrekt verboden; we communiceren uitsluitend per walkietalkie. De frequenties worden 's middags al uitgetest. Iedereen is zo onopvallend mogelijk gekleed. In het zwart, of in donkere kleuren, met een dikke zwarte pots in de stijl van de havenarbeider. Bivakmutsen is voor films, niet voor de real thing. 'Tijdens de actie rijdt de teamleider voortdurend rond om een oogje in het zeil te houden. Bij het minste onraad horen we via onze walkie: stop. Als alles in orde is, klinkt het: go. Dan proberen we zo snel mogelijk het spul uit de container te halen en naar de auto te brengen. We rijden in konvooi, met drie auto's. Ik rij met de Berlingo waar het spul inzit. De auto voorop controleert de route en slaat alarm als er politie is. De auto achterop heeft een duidelijke taak: inrijden op de politiepatrouille, of op zijn minst op de combi. De hoofdopdracht is: de Berlingo naar het depot brengen - de lading moet in veiligheid zijn. 'Ik doe het nu vijf jaar. Een keer of twintig ben ik mee gaan lossen. Naarmate ik langer meedeed, kreeg ik meer betaald: bij de eerste actie 10.000 euro, nu is het 15 tot 20.000. Sinds twee jaar mag ik mee investeren: ik koop twee, maximum vijf kilo tegen inkoopprijs. Per kilo maak ik 50.000 euro winst, want ik mix het spul. Ik ben euromiljonair, ja. Nog twee jaar wil ik ermee doorgaan, dan verhuis ik naar Ibiza. Ik wil feesten, man, altijd feesten. 'De eerste keer is een rush. Je hebt veel zenuwen, je hart bonkt in je keel. Nadien gaat het een stuk beter, maar de angst verdwijnt nooit. Je weet: als je gepakt wordt, vlieg je voor minstens twee jaar achter de tralies. Een paar van mijn vrienden zitten in den bak. Zelf ben ik in april op het nippertje ontsnapt. Mijn kompaan en ik zijn toen te voet van Antwerpen naar Kallo gegaan. Bij een tankstation vonden we een Poolse chauffeur die ons voor 100 euro terug wilde rijden. En geloof het of niet, maar we kregen controle. Tadeusz, zo heette de chauffeur, was met al zijn papieren in orde, en ons hebben ze niets gevraagd. Zonder een portie geluk eindigt alles in shit: 'Ik zit al vijftien jaar in het vak. Eerst doe je iemand een plezier, dan komen mensen vragen om iets te regelen en voor je het weet ben je aan het dealen. 'Bij mij is het begonnen met hasjiesj. Ik werkte als afwasser in een restaurant, mijn baas vroeg of ik niet wat smoor voor hem had. Ik had al vlug tien klanten. Omdat er steeds meer vraag naar was, ben ik ook coke gaan dealen. Het heeft bijna een jaar geduurd voor ik wist dat je dat ook kan mengen. Toen had ik opeens 150% meer winst. Ik liet de hasjiesj achterwege en ging me specialiseren in coke. 'Ik verkoop nu 3 à 4 kilo per week, aan een twintigtal dealers. Ik werk samen met mijn neef: hij doet de grammekes, ik de aankopen van honderd gram en meer. Het spul vliegt de deur uit, we kunnen de vraag nauwelijks bijhouden. Vroeger waren de meeste mensen wat bang om coke te pakken, nu is het even gewoon als een pint bestellen op café. Als mijn neef een kroeg binnengaat, zijn er altijd een paar klanten die hem benaderen voor marchandise. 'Onze winst is wel kleiner geworden. Mijn eerste kilo kocht ik bij de importeur voor 16.000 euro, nu betaal ik tussen de 30 en de 35.000 euro. We verkopen meer, maar we verdienen evenveel. De wet van vraag en aanbod, hé: de vraag is groter, er komt minder. En de kleinere winstmarge wordt verdeeld tussen de dealers en de groothandelaar. Maar ik mag niet klagen, coke is nog altijd een heel winstgevende handel. 'Er is veel te weinig coke. Tot drie jaar geleden kwam er per week vier à vijf ton binnen, nu amper twee. Als de boot naar hier komt, is het spul meestal al verkocht. Wij hebben een afspraak met onze importeur voor een vaste afname. Die zekerheid kost geld, maar het is belangrijk dat je kunt blijven leveren; anders gaan je klanten naar een concurrent. Dealen kan iedereen, maar wie nu nog wil beginnen als distributeur heeft het moeilijk. Vorige week ben ik nog benaderd voor 20 kilo die niet gereserveerd was: ik heb zeker vijf telefoons moeten doen voor ik het had. Dat was vroeger anders. 'Zulke deals gebeuren nooit per telefoon. Jamais. De telefoon, en zeker de gsm, is levensgevaarlijk. Ik weet waar ik de leveranciers kan vinden. Soms stuur ik mijn neef; verder betrek ik er niemand bij. Hoe minder mensen weten wie de invoerders zijn, hoe beter. Mijn klanten zullen ook nooit mijn nummer doorgegeven. In de cokebusiness is discretie heel belangrijk. 'Touche le bois, maar ik ben nog nooit opgepakt. Ook nog nooit ondervraagd. Ik heb een blanco strafregister. Met mijn broer heb ik een kruidenierswinkeltje. Officieel verdien ik 1.000 euro per maand. Ik huur een studio - waar ik nooit ben, want ik woon bij mijn vriendin. Af en toe bewaren we de cocaïne in die studio, maar meestal in één van de twee garageboxen die mijn neef en ik huren. We zorgen er wel voor dat we er onze auto stallen als er gerief ligt: lege garages waar af en toe mensen binnenwandelen vallen meer op. En niet opvallen is het belangrijkste in deze branche. Als ik echt uit de bol wil gaan met champagne, ga ik met vrienden naar Amsterdam. Hier ben ik een onopvallende man in een gewone straat. Ik zie eruit als een ambtenaar, toch? 'Regelmatig worden er dealers opgepakt, maar als ze na een halfjaar vrijkomen, beginnen ze opnieuw. Er is veel te veel geld mee gemoeid, in tien seconden kan je twintig euro verdienen. Er komen steeds meer dealers bij, én er zijn steeds meer gebruikers. In Engeland zijn er nu 1,3 miljoen. Per dag is dat 1,5 ton coke! Toen ik begon was Rotterdam de grote cocaÏnehaven, de laatste vijf jaar is vooral Antwerpen een draaischijf. Maar ook dat begint te veranderen. In de toekomst zal er minder met containers worden gewerkt. Nu al maakt men gebruik van alternatieve methoden. Zo is er al één lading binnengekomen in een kist die onder de boot was vastgemaakt. Aan die kist zitten .opblaasbare luchtballons. In de haven, of soms al een heel eind voor de kust, maakt een duiker de kist los. Die wordt dan opgehaald door een kleiner pleziervaartuig of door snelle zodiacs. 'De grote ladingen gaan nu ook minder naar Europa en steeds meer naar Afrika: Senegal, Mauritanië, Marokko. De controle in die landen stelt niks voor, elke ambtenaar is daarvoor weinig geld om te kopen. Eén van mijn importeurs is volledig overgeschakeld op Marokko. De routes die vroeger werden gebruikt voor hasjiesj, zijn heel geschikt voor cocaïne. Je hebt wel de grensovergang met Spanje, maar daar komen zoveel mensen en goederen voorbij, dat valt niet te controleren. 'Men heeft het altijd over de Colombiaanse drugsmaffia, maar het zijn Belgen die instaan voor het transport en de distributie. Ook de importeurs zijn Belgen. Drie ken ik er. Ze zijn tussen de 50 en de 60 jaar, ze zijn actief in de horeca en in vastgoed: geen haar op je hoofd dat eraan denkt dat ze in de cocaïnebusiness zitten. 'Het gebeurt steeds vaker dat cocaïne wordt verstuurd via heel normale bedrijven: dat vermindert de kans op controle. Zo is er een tijdje geleden coke aangetroffen in een zending bananen bij Colruyt. Natuurlijk had dat warenhuis daar niets mee te maken. De importeur zorgt er dan gewoon voor dat hij via één of ander bedrijfje een bestelling plaatst voor het product waar de cocaïne in zit - in dit geval die bananen. Timing is dan heel belangrijk. In dit geval is het fout gelopen omdat de paletten verwisseld waren. Ananas is veel veiliger dan bananen - de details vertel ik niet. 'Coke is een drug voor mensen met geld. De meeste klanten van mijn neef zijn dagelijkse gebruikers. De rekening loopt op tot 2.500 euro per maand. De caissière of de man aan de benzinepomp kan dat niet betalen. Wie snel rijk wil worden, richt zich op de basers: 5 gram cocaïne kan je onmogelijk door je neus jagen, maar al basend (freebasen, cocaine roken via een met rum gevulde waterpijp, red.) kan het wel. Dat gaat dus om veel geld. Die basers zijn wel binnen de kortste keren failliet. Dan storten ze zich op de heroïne, dat kost 20 euro per gram. Heroïne is een ander segment van de markt. Daar heb ik geen ervaring mee: 'Ik ben begin jaren negentig in de business gestapt. Het was hoogconjunctuur. Ik heb hard en snel gewerkt, en sinds drie jaar rentenier ik in Marbella. 'Op mijn 20ste was ik een gelegenheidsgebruiker. Eén van mijn dealers stelde mij eens voor goederen op te halen in de haven. Hij zei: groot risico, big money. Maar ik verdiende al sloten geld met import van nepjuwelen: het geld was dus niet de drive. Ik deed mee voor de kick. Het was ook ontzettend spannend, pure adrenaline. In anderhalfuur was de klus geklaard. Ik kreeg genoeg geld om twee jaar lang coke te kopen, dat was mooi meegenomen. 'Toen mijn vaste dealer werd opgepakt, kwam ik in contact met een andere. Hij introduceerde mij na een tijdje bij zijn leverancier, en die stelde mij voor om mee te doen. Een paar jaar heb ik mij ingewerkt: lossen, transporteren, mixen... Pas toen kreeg ik het voorstel om mee te investeren. Het percentage was klein, maar dat was het begin van mijn carrière in de cocaïne. 'Wil je in deze business slagen, dan moetje vooral kunnen zwijgen. Je hebt ook een zesde zintuig nodig voor gevaar: politie en douane, maar ook broekschijters en verklikkers in je eigen organisatie. En je moet kunnen vertrouwen op je team. Het moet een perfect geolied raderwerk zijn, net als een bedrijf. 'Handel in cocaïne verschilt niet wezenlijk van iedere andere bedrijfstak. Vroeger was het beeld: één iemand vliegt naar Colombia, onderhandelt daar over 500 kilo, verscheept het spul en verkoopt het hier. Zo werkt dat niet. Er is een big chief die de onderhandelingen voert, maar hij heeft een hele structuur nodig: ginder en hier. Sommige cocaïnestructuren hebben honderd mensen op de loonlijst staan, en die willen allemaal op tijd betaald worden. Er wordt enorm veel geïnvesteerd om nieuwe lijnen op te zetten, en die moeten dan ook langere tijd renderen. 't Is een afschrijving zoals in elke bedrijfstak. 'Tegen onvoorziene elementen zoals een vliegende controle van de douane of van de politie sta je machteloos; al de rest moetje onder controle hebben. Je loopt het minste risico als je erin slaagt drie sleutelfiguren om te kopen: iemand van de security die zijn badge wil lenen, een douanebeambte die bevoegd is voor het afstempelen van documenten, en de markeur die zegt waar de containers moeten staan. Bij driekwart van alle ladingen heeft mijn organisatie zo gewerkt. 'Ik heb maar één keer chantage moeten gebruiken. Een markeur wilde ermee kappen, twee dagen voor de boot met 250 kilo zou aankomen. In zo'n korte tijd kan je niets meer regelen. Toen ik ermee dreigde de ordnance officer te waarschuwen was het zo opgelost Ja, de cocaïnebazen in Colombia zijn heel correcte zakenlui, maar ze willen geen geld verlie zen. Daarom hebben ze allemaal ordnance officers in dienst. Zo'n man zorgt ervoor dat het spul op de boot geraakt, hij informeert ons over alle details en hij komt naar hier tot de operatie succesvol is afgerond. Als een lading in beslag wordt genomen, rapporteert hij dat aan zijn bazen. Als hij vermoedt dat er gesjoemeld wordt, rapporteert hij dat ook. Sancties blijven nooit lang uit. In het geval van die markeur heeft die ordnance officer één telefoontje gedaan. Tja. 'Via Vlaanderen Internationaal volg ik nog altijd het nieuws uit België: als er bericht wordt over cocaïnevangsten luister ik extra aandachtig. Sinds april dit jaar weet ik zeker dat de cijfers gemanipuleerd worden. Er is veel meer cocaïne in beslag genomen dan de officiële statistieken van douane en politie vertellen - dat weet ik van mijn connecties. Het is een bewuste strategie. Het tere punt van de cocaïnebusiness is dat de goederen in consignatie worden gegeven. De helft wordt bij bestelling betaald op een third party account in Zwitserland of Aruba; de andere helft wordt pas geregeld na levering. Als de importeur niet kan bewijzen dat de lading in beslag is genomen, moet ze volledig betaald worden. Een importeur is allicht kapitaalkrachtig genoeg om één keer zo'n tegenvaller te incasseren, maar een paar keer, da's uitgesloten. Het gaat om enorme sommen. En geld is niet het enige aspect. Er ontstaat al snel een vertrouwensbreuk, en vertrouwen is het fundament van de cocaïnebusiness. Door die nieuwe policy van het gerecht om drugsvangsten uit de media te halen, treft men het hart van de business. 'Een methode die ook steeds vaker wordt gebruikt is de 'koude' inbeslagname. Men laat de lading gewoon ophalen en komt pas in actie als de cocaïne al in het depot is. Op die manier worden organisaties sneller volledig ontmanteld. 't Is het verhaal van de stroper en de boswachter: ze worden allebei sluwer {lachje}. 'Aan de andere kant: de douane in Antwerpen scant maar één procent van alle containers. Peanuts. Zelfs met een volledige scanning zou je nog cocaïne kunnen smokkelen. De scanners die de Europese douanediensten gebruiken, analyseren de homogeniteit van de lading. Wil je de scanner misleiden, dan moet je er dus voor zorgen datje lading homogeen is. Voorbeeld: honderd stoelen waarvan alle poten vol cocaïne zitten. Hoe harder het materiaal, hoe beter. Er is al cocaïne verscheept in aardewerk, zelfs in marmeren tabletten. 'Uiteraard moet je dan wel de hele container uit de haven weg krijgen, maar dat is eigenlijk nog simpeler dan een paar zakken op te halen. Het nadeel is dat er meer sporen zijn. Je moet de goederen dan dedouaneren, en daarvoor heb je een firmanaam nodig. Een firma heeft een adres, en achter een adres zit een persoon. Het komt erop aan zoveel mogelijk schijnvennootschappen op te richten. Ook belangrijk: valse gegevens op de documenten op het moment dat de lading uit de haven vertrekt. Dus moet je weer kunnen rekenen op de medewerking van een douanier of iemand van een inklaringsbedrijf.
Talloos veel milioenen 'Ik zit nu in Spanje. De poort van Europa voor vluchtelingen uit Afrika - en voor cocaïne. De war on terroris onbedoeld ook een war on cocaïne geworden. De Europese havens worden hermetisch afgesloten, en dus zoekt de cocainebusiness nieuwe aanvoerroutes. Westelijk Afrika scoort hoog, maar er is ook veel aanvoer via de Spaanse kust. Het systeem is daar helemaal anders dan in België. In open zee gooit het schip een lading in het water. De organisatie regelt dat er tien, soms vijftien snelle boten uitvaren om de lading op te pikken. Zelfs als de Spaanse kustwacht iets in de gaten heeft, staat ze machteloos: met twee boten kunnen ze nooit op tegen vijftien. Ze moeten al geluk hebben dat ze net die boot achtervolgen die de cocaïne heeft opgepikt. 'Die nieuwe methoden kosten meer geld, maar 't is nog steeds goed doenbaar. Een kilo cocaïne kost in Zuid-Amerika 3.500 euro. Met het transport en andere uitgaven erbij wordt dat 15.000 euro. De groothandelaar betaalt minimaal 25.000 euro, dus als importeur hou je nog altijd 10.000 euro per kilo over. Een gemiddelde zending is nu een halve ton. Tel uit, hé. 'Cocaïne is een goudmijn. Met wat geluk zet je in een paar jaar honderden miljoenen euro's opzij. Hoef je de rest van je leven niet meer te werken. 'De gloriejaren zijn sinds 2000 voorbij, maar cocaïne heeft een grote toekomst. Coke is showbusiness. 't Is steeds meer een sociaal aanvaarde drug, 't is niet langer iets voor de happy few. In Antwerpen zijn er nu al tienduizend gebruikers, en die hebben elk één gram per dag nodig. Per dag moet er dus tien kilo binnenkomen. Voor één stad! 'Ik heb nooit in de gevangenis gezeten, ben zelfs nooit in contact gekomen met het gerecht. Twee keer ging het bijna mis, maar ik ben door de mazen van het net geglipt. Nu geniet ik hier in Marbella van het mooie leven. Cocaine is het beste wat me ooit overkomen is. There's no business like coke business.'
Martin Coenen |