Bijna een op vier jonge drugsgebruikers die professionele hulp zoeken, doet dar voor problematisch cannabisgebruik. Zeven jaar geleden was dat nog maar een op tien.
Van alle drugsgebruikers die zich in 2005 in professionele hulpcentra lieten behandelen voor hun verslaving, gaf een op vier (23,9 procent) cannabis op als voornaamste probleem. In het jaar 2000 ging het nog maar om een op tien (11,1 procent). Sindsdien is dat aantal elk jaar gestegen.
De cijfers komen van de Vlaamse Vereniging van Behandelingscentra Verslaafdenzorg (VVBV), die 21 centra overkoepelt waar drugsverslaafden worden opgevangen. De VVBV is niet de enige plats in Vlaanderen waar drugsverslaafden terecht kunnen, maar is goed voor ongeveer de helft van alle nieuwe behandelingen.
‘We mogen spreken van een trend’, zegt Dirk Vandevelde van de VVBV.
De grootste groep van problematische cannabisgebruikers zijn 20- tot 30-jarigen, die al op jonge leeftijd met joints begonnen zijn. ‘De gebruikers die bij ons komen, geven aan dat ze niet meer normaal kunnen functioneren in hun relatie, op school of op hun werk. Ze hebben elke dag verscheidene joints nodig om zich goed te voelen. Een jointje is voor hun niet langer een pretsigaret om zich te ontspannen, maar een noodzaak.’ Vandevelde wil het niet dramatiseren. Het aantal jongeren dat cannabis gebruikt, is volgens recent onderzoek niet gestegen. Verontrustend is wel dat steeds meer jonge gebruikers er problematischer lijken mee om te gaan. Een verklaring kan liggen in het hoge THC-gehalte, de werkzame stof van cannabis. Maar volgens professor Tom Decorte, directeur van het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek aan de Ugent, ligt de oorzaak veel dieper.
‘Problematisch gebruik van cannabis is een psychisch en sociaal probleem. Je moet die mensen helpen. Dat doe je niet door cannabisgebruik in de strafwet te laten staan en repressief op te treden. Dat is vragen om een oncontroleerbare situatie.’
‘Bovendien hebben de politici jarenlang verwarrend gecommuniceerd. De drugswet is wel veranderd, maar het gedoogbeleid is hypocriet en zit vol ongerijmdheden. Het resultaat is dat veel jongeren denken dat cannabis ongevaarlijk is en daardoor misschien sneller in de problemen komen.’ ‘Politici zenden een verkeerd signaal uit door cannabisgebruik te banaliseren’, waarschuwt Vandevelde nog. ‘Als een Van Quickenborne zegt dat een jointje geen kwaad kan, heeft hij misschien gelijk voor de grote groep van jongeren die haar cannabisgebruik onder controle heeft. Maar het is geen verstandige uitspraak.
Een op vier druggebruikers die in 2005 professionele hulp zocht, deed dat in de eerste plaats voor het problematisch cannabisgebruik. In 2000 was dat nog maar een op tien. Dat blijkt uit cijfers van de Vlaamse Vereniging van Behandelingscentra Verslaafdenzorg (VVBV), die 21 centra overkoepelt waar drugsverslaafden worden opgevangen.
De cijfers zijn vooral verontrustend omdat de grootste groep van deze hulpvragers 20- tot 30-jarigen zijn. ‘Als de ene dag een jointje rookt, ben je de volgende dag nog niet verslaafd. Daar gaat een lang proces aan vooraf. Het gaat dus om personen die al op jonge leeftijd met cannabis begonnen zijn’, zegt Dirk Vandevelde van de VVBV.
‘De gebruikers die bij ons komen, geven aan dat ze niet meer normaal kunnen functioneren in hun relatie, op school of op hun werk. Ze hebben elke dag verschillende joints nodig om zich goed te voelen. Een jointje is voor hen niet langer een pretsigaret maar een noodzaak.’
Een mogelijke verklaring ligt in het hogere THC-gehalte in cannabis, wardoor gebruikers sneller afhankelijk zouden worden van het product. THC of tetrahydrocanabinol is de werkzame stof in cannabis. In Nederland waar het Trimbosinstituut al jaren metingen uitvoert, is het THC-gehalte van de ‘nederwiet’ de jongste jaren met meer dan tien procent gestegen, terwijl het aantal tieners dat hulp zoekt voor zijn wietverslaving, er de voorbije twee jaar met een kwart is gestegen.
In Vlaanderen bestaat dergelijk onderzoek niet. Maar dat Vlaamse cannabisgebruikers straffere wiet roken dan vroeger, lijkt bijna vast te staan.
‘De meeste cannabis die Vlaamse jongeren gebruiken komt namelijk uit Nederland’, zegt Dirk Vandevelde. ‘Vlaamse jongeren kopen cannabis vooral binnen hun vriendenkring, maar in die vriendenkring zitten altijd wel een of twee personen die hun spul over de grens halen.’ ‘In Terneuzen zijn Belgische cannabisverkopers volgens recent onderzoek goed voor zestig procent van de omzet van de coffeeshops.
De zwaarste wiet of ‘superwiet’ zou volgens eigenaars van Nederlandse coffeeshops vooral bij beginnende blowers populair zijn: zij willen straffer spul om sneller in een roes te geraken. Maar Tom Decorte, directeur van het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek, betwijfelt dat. “Veel gebruikers weten niet eens hoe straf wiet is. Als ze dat wel weten, passen ze hun gebruik aan. Dat heet autodosering. Je kunt het vergelijken met alcohol. Als ik normaal vijf pintjes drink, en een café alleen Duvel schenkt, betekend dat niet dat ik vijf Duvels drink.’
Repressief beleid
Decorte ontkent niet dat het THC-gehalte in cannabis is gestegen. ‘Maar in plaats van ons zorgen te maken over het hogere THC-gehalte, zouden we ons beter afvragen hoe het komt de cannabis straffer is geworden’, zegt hij. ‘Is het geen onbedoeld effect van de repressieve benadering, dertig jaar lang, van de wietbranche, zowel van de telers als van de gebruikers? Door hard op te treden is de productie van cannabis steeds meer in handen gekomen van criminele organisaties, die geen moer geven om de kwaliteit van hun product. Zij willen alleen verkopen.’
‘Bovendien hebben de politici jarenlang verwarrend gecommuniceerd. De drugswet is wel veranderd, maar het gedoogbeleid is hypocriet en zit vol ongerijmdheden. De onduidelijkheid blijft: wat mag wel, wat mag niet?
Het gevolg is dat veel jongeren denken dat cannabis ongevaarlijk is en daardoor misschien sneller in de problemen komen.’
‘Politici zenden een verkeerd signaal uit door cannabis te banaliseren’, aldus nog Vandevelde. ‘Als een Van Quickenborne zegt dat een jointje geen kwaad kan, heeft hij misschien gelijk voor de grote groep van jongeren die hu cannabisgebruik onder controle hebben. Maar het is geen verstandige uitspraak. Cannabis is niet zo onschuldig als het lijkt.
Gedoogbeleid
Brussel
Cannabis is een illegale softdrug. Wie cannabis heeft kan dus worden vervolgd. Maar sinds de nieuwe drugswet van 2003 voert België officieus een gedoogbeleid. Persoonlijk gebruik van cannabis door meerderjarigen –tot 3 gram of 1 plant- krijgt van de parketten de laagste vervolgingsprioriteit, op voorwaarde dat de gebruiker geen maatschappelijke overlast veroorzaakt, bijvoorbeeld door cannabis te gebruiken in scholen, hun onmiddellijke omgeving of op openbare plaatsen.
De regelgeving zit vol ongerijmdheden. Zo mag je cannabis in je bezit hebben, maar is het niet duidelijk waar je die mag kopen. Wie in Nederland cannabis koopt en de grens oversteekt, maakt zich schuldig aan drugstoerisme. Conclusie: de gebruikerszijde is gereguleerd, maar het aanbod niet.
Volgens Tom Decorte van de UGent creëert dat rechtsonzekerheid en werkt het ‘problematisch gebruik’ in de hand. Hij ziet maar één oplossing: cannabisgebruik uit het strafrecht halen en het legaliseren voor volwassen gebruikers, over de hele lijn.
‘Met een gereguleerde markt heb je ook meer middelen om de allerjongsten ervan af te houden.