01/01/99 De eerste lijn

Deze fiche maakt van jou geen drugdetective. Ze helpt wel problemen bespreekbaar maken en toont aan hoe belangrijk het is dat je je bezorgdheid over een leerling toont. Voor een drugprobleem op school is er immers geen kant-en-klaar recept.
Bijna de helft van de jongeren in de puberteit experimenteert met illegale drugs. Meer jongens dan meisjes. Uit onderzoek blijkt dat 5 à 10 procent daarvan een regelmatig gebruiker of verslaafde wordt. Het gebruik van andere cultureel aanvaarde drugs zoals alcohol, pijnstillers, vermagerings-, slaap- en kalmeringspillen neemt toe. Druggebruik en drugproblemen zijn geen schoolproblemen, maar wel maatschappelijke problemen die niet ophouden aan de schoolpoort. De school is niet verantwoordelijk voor de drugproblemen op school, maar moet er wel mee leren omgaan. Onderzoek toont aan dat jongeren zelf vragende partij zijn om drugs op school meer bespreekbaar te maken.
«We hebben alleen weiden en koeien in de omgeving van de school. Je zou denken dat het fenomeen drugs hier niet zijn kop zou opsteken. Er zijn geen drugvrije scholen meer. Net zoals een aantal leerlingen al eens graag een pint pakt, gebruiken anderen een joint. Dat blijkt uit een anonieme enquête op onze school. Toen vier jaar geleden voor het eerst enkele gealarmeerde ouders meldden dat er joints werden gerookt op school en drugs verhandeld, was er even paniek. Boekentassen werden gekeerd, leerlingen ondervraagd en de leverancier van het spul van de school verwijderd. We hebben dan een pedagogische studiedag aan drugs gewijd. Als gevolg daarvan werden in de verschillende geledingen van de school werkgroepen verslavingspreventie opgericht. Het beleid dat werd uitgedokterd vond zijn neerslag in het schoolreglement. Rode draad: aan gebruikers wordt een hulpverleningsaanbod gedaan, dealers worden van de school gestuurd. En er wordt preventie ingebouwd in het leeraanbod. We willen de weerbaarheid en de relatievaardigheid van onze jongeren stimuleren op een breed terrein. Dat heeft immers een positief effect op de klassfeer en brengt ook andere problemen als pesten of seksueel misbruik aan de oppervlakte.»
wat?
Verdoven en stimuleren
Drugs zijn alle middelen die invloed hebben op ons bewustzijn en worden gebruikt als genotsmiddel.
verdovende middelen: alcohol, slaap- en kalmeringsmiddelen, pijnstillers
stimulerende middelen: cafeïne, nicotine, amfetaminen, cocaïne
>bewustzijnsveranderende middelen: marihuana, LSD, XTC, lijmen, benzine, ether
hoe?
5 fasen van verslaving:
waarom?
Proberen, vrienden, ontsnappen
probleem?
«No problem»
De risico's van het druggebruik worden bepaald door:
gevolgen?
Meer dan lichaam
wie?
Mogelijke signalen van een druggebruiker
Je kan geen robotfoto maken van een druggebruiker. Druggebruik is niet altijd zichtbaar. Als het om laag gedoseerd of occasioneel gebruik gaat tijdens de weekends, zijn er op school niet steeds signalen merkbaar. Probeer geen detective te spelen op zoek naar specifieke signalen van druggebruik. Dat resulteert in wederzijds wantrouwen en een welles-nietes-discussie: waar zijn de bewijzen. Er zijn trouwens geen specifieke signalen die uitsluitsel geven over druggebruik. Het is veel belangrijker om oog te hebben voor veranderend gedrag bij jongeren:
Uit groepsgedrag kunnen leerkrachten vaak meer afleiden dan uit individuele signalen:
Belangrijk is dat deze signalen worden opgemerkt. Iedereen op school (leerkrachten, studiemeesters/opvoeders, onderhoudspersoneel, medeleerlingen) kunnen hier hun taak opnemen. Signalen moeten worden samengelegd. Communicatie is dus belangrijk. Bovendien is discretie nodig. Tenslotte gaat het meestal om vermoedens.
op schoolniveau
Onderzoek maakt duidelijk dat de meeste preventieprogramma's druggebruik niet kunnen voorkomen, maar wel een escalatie van het gebruik. Brandjes blussen helpt niet, een globaal drugbeleid op school wel. Om dat uit te werken moeten leerkrachten, ouders, leerlingen en specialisten worden betrokken.
DE VOORDELEN:
DRIE COMPONENTEN:
1. Een plan
In een plan maakt de school haar houding duidelijk tegenover druggebruik. Voldoende kennis over genotsmiddelen is een eerste vereiste om met de hele school tot een consensus te komen.
Vanuit de regels die gelden voor bijvoorbeeld roken en alcohol kunnen nieuwe gedragsregels worden opgesteld. De regels gelden ook voor de leerkrachten en zijn opgesplitst voor de verschillende leeftijdsgroepen. Bovendien moet men rekening houden met verschillende regels voor verschillende genotsmiddelen (tabak, medicatie, illegale drugs) en verschillende gelegenheden (lesuren, schoolfeest, schoolreis, 's middags).
Duidelijke afspraken en regels geven zowel aan leerlingen als aan leerkrachten meer zekerheid over wat kan en niet kan. Het is belangrijk dat de school deze regels in een aangepaste vorm giet en bekend maakt, onder andere via het schoolreglement, klasbespreking, ouderavond.
Dit drugplan biedt een basis om verder stil te staan bij opvoeding en interventie.
2. Opvoeding
3. Interventie
op individueel niveau
DE LEERLING
Het drugbeleid op school moet worden vertaald in een concrete aanpak. Leerkrachten moeten zowel reageren op drugsignalen als op gedragsignalen. Aan de ene kant stellen ze grenzen, aan de andere kant verlenen ze hulp.
1. Grenzen stellen
Een leerling zit onder invloed in de les, geeft een verdacht pakje door, spijbelt regelmatig of zet zich niet meer in. Als hij met dit gedrag de grens van de school overschrijdt, is het belangrijk om STEEDS te reageren, ook al is dit GEEN bewijs van druggebruik. Hoe reageer je?
stap 1: Tracht de situatie juist in te schatten. Verzamel observatiegegevens. Bij vermoedens van drugfeiten is dat niet gemakkelijk. Doe een beroep op collega's.
stap 2: Praat met de leerling. Beschrijf zijn gedrag neutraal (voeg niets persoonlijks of afkeurends toe, ga niet beschuldigen), toon begrip, respecteer de andere als persoon. Geef duidelijk aan welke regel hij overschrijdt of aan welke verwachtingen hij niet voldoet. Geef je eigen positie, taak en verantwoordelijkheid aan. Stel duidelijk welk gedrag je eist of verwacht.
stap 3: Geef de leerling ruimte om te reageren. Wat is zijn verhaal?
A: De leerling heeft een excuus voor zijn gedrag > Toon begrip en herhaal de regels.
B: De leerling heeft kritiek op de regels of het beleid > Geef argumenten waarom de regels er zijn. De regels staan niet ter discussie.
C: De leerling geeft kritiek op jouw persoon > Negeer de scheldpartij en roep de leerling tot orde. Breng zijn aandacht weer naar zijn gedrag en de eisen.
Na dit incident moeten leerkrachten het gedrag verder opvolgen en evalueren.
2. Begeleiden
Leerkrachten in de school of de CLB-werker kunnen getraind worden in motiverende gespreksvoering. Zo'n gesprek:
3. Doorverwijzen
DE OUDERS
Wat doe je als ouders in paniek melden dat hun kind drugs gebruikt?
SCHOOLKLIMAAT TEGEN DRUGS
Naast expliciete preventie in het schoolwerkplan is vooral het schoolklimaat van groot belang in de preventie van misbruik van genotmiddelen:
Wie echt kijkt naar leerlingen kan vlug problemen opsporen en leerlingen begeleiden vóór de problemen echt escaleren. Soms zijn leerlingen niet bereid om over hun problemen te praten. Leerkrachten die merken dat er wat scheelt en ook tonen dat ze bezorgd zijn, helpen leerlingen zelf nadenken over waar ze mee bezig zijn. Het helpt ze om hulp te zoeken.
De wereld is geen tranendal waar je passief moet afwachten wat op je afkomt. Je kan ook een actieve rol spelen. Dat kunnen opvoeders aan kinderen vertellen. Ouders en leerkrachten zijn beter eerlijk en geven toe dat het ook voor hen soms moeilijk is om aan genotsmiddelen te weerstaan. Niet elk gebruik van genotsmiddelen hoeft trouwens probleemgedrag te zijn. Kunnen genieten is belangrijk in het leven.
Drugpreventie werkt maar effectief als je er vóór het experimenteergedrag mee begint. Tijdens de lagere schoolleeftijd zijn kinderen heel ontvankelijk en beïnvloedbaar. Het is een ideale periode om kinderen te wapenen tegen mogelijk misbruik van genotsmiddelen.
Bied kinderen veilige structuren aan
Kinderen die zich thuis voelen op school, kunnen er ook op terugvallen in moeilijke situaties. Waardeer elk kind voor zijn typische inbreng in het klasgebeuren.
Leer de kinderen de maatschappij kritisch benaderen, zonder hopeloos te worden of extreme standpunten in te nemen. Leer kinderen ook de positieve kanten van de maatschappij kennen.
Kinderen kijken op naar hun leerkracht. Ze gaan zijn gedragingen imiteren. Roken in het bijzijn van kinderen is niet te verantwoorden, ook niet op de speelplaats.
Door ouders informatie en hulpmiddelen aan te reiken kan het gezin zijn rol als veilige thuis efficiënter opnemen. Via een preventieboekje kunnen school en gezin samenwerken en dezelfde klemtonen leggen.
Kinderen weerbaar maken
Informatie geven over de verschillende genotsmiddelen